|
Als rond 1880 het deltagebied van de Rio de Plata, de grensrivier tussen Argentinië en Uruguay, overspoeld wordt door honderdduizenden Europese immigranten, ontwikkelt er zich iets, wat vandaag de dag verworden is tot een steeds belangrijker exportproduct uit deze regio. Buenos Aires en in mindere mate Montevideo worden een smeltkroes van meegebrachte en reeds aanwezige culturen. In een poging het harde, arme leven in het 'beloofde land' dragelijk te maken, komen gitaar, fluit, viool en zanger bij elkaar op de binnenplaatsen van de grote conventillos (woonkazernes). Ze zingen, spelen en mixen er hun walsen en polka's, mazurka's en milonga's. Er ontstaat een muziek met de, nu nog, zo kenmerkende timing en lyriek, waarin het lief en leed van het leven in de grote stad doorklinkt. Tango, de blues van Zuid-Amerika, is geboren. Zullen de anonieme muzikanten in La Boca, de havenwijk van Buenos Aires, ooit maar een vermoeden hebben gehad dat hun muziek zo'n vlucht zou nemen? Waarschijnlijk evenmin als de Duitser Heinrich Band ten aanzien van het door hem bedachte instrument. Bedoeld voor de begeleiding van processies, waarbij het het orgel moest vervangen, vindt de bandoneon ook zijn weg naar de volksmuziek. Weliswaar handzaam, met een groot bereik, maar met een verduiveld moeilijk knoppensysteem wordt het instrument in eigen land niet echt populair. Zo'n 40 jaar na zijn ontstaan maakt de bandoneon een reis over de oceaan en belandt samen met zijn bezitter in een van de vele kroegen die de havenstad Buenos Aires rijk is. Platzak en bezopen, na een avond aan de wal, verpatst een matroos zijn instrument voor een laatste slok. Al gauw blijkt de bandoneon als geen ander de ritmiek en melancholie van de tango weer te kunnen geven en zelfs te versterken. De tango heeft haar 'hart' gevonden. De draad met Europa heeft altijd een sterke rol gespeeld in de Argentijnse samenleving. Maar deze draad leidde niet tot een eenrichtingsverkeer; de ontstane nieuwe cultuur vond ook de weg terug naar Europa, naar Parijs. In de paar jaren voor de eerste wereldoorlog werd de tango ongekend populair. Het mondaine uitgaansleven, de mode, de media; tout Paris viel als een blok voor de muziek en de dans. De Frans georiënteerde Argentijnse elite bleef niet achter. De tango moest eerst naar Europa om zich in eigen land te kunnen ontdoen van haar platvloerse, verdorven imago. Ze wordt letterlijk salonfähig. Wanneer in de herenhuizen van Buenos Aires de zware eerste en derde tel van de tango, en het gepuncteerde ritme van de milonga gaan klinken begint de 'Gouden Eeuw'. Deze periode, waarin heel Buenos Aires, van La Boca tot Palermo, de euforie van een gedeelde uitlaatklep ondergaat, duurt tot einde jaren veertig van de 20e eeuw. Het is de periode van de zanger met het gitzwarte haar, de betoverende glimlach en het vlinderdasje: Carlos Gardel. Van grote orkesten zoals die van vernieuwers Julio de Caro en Anibal Troilo, en meer traditionelen als Carlos Di Sarli en Juan D'Arienzo. De periode waarin Osvaldo Pugliese en Astor Piazzolla 'het vak' leren. En ook de periode waarin de tango zich muzikaal steeds meer ontwikkelt: uitgebreidere harmonieën, contrapunt passages, aandacht voor instrumentatie, veelzijdige syncoperingen. Tot halverwege de jaren vijftig. Vanaf die tijd verstoot de populaire muziek, met name uit de Verenigde Staten, de tango van de troon. De jeugd zet zich af tegen de cultuur van de ouderen. Het zijn de traditioneel ingestelde orkesten en ensembles die hun sterrenstatus in ras tempo zien verdwijnen. De avant-garde daarentegen, met Piazzolla voorop, krijgt steeds meer bijval voor de poging de tango verder te ontwikkelen. En het zal juist Piazzolla zijn die, vanaf de jaren '70, voor de tweede keer de cultuur van Buenos Aires over de oceaan naar Europa brengt. En deze keer zal het zich een niet meer weg te denken plaats verwerven. Tango in Zeeland Sinds 2000 is Stichting Tango Al Azar bezig het culturele leven te verrijken met de Argentijnse tango. D.m.v. het geven van danslessen en het organiseren van allerhande evenementen heeft de tango een, niet meer weg te denken, plaats gekregen binnen Zeeland. De Danslessen hebben tot doel de mensen materiaal te bieden waarmee in de salons gedanst kan worden. Daarbij wordt uitgegaan van een van de wezenlijke kenmerken van het dansen van de tango: de improvisatie. Improviseren op de muziek; een dans door twee personen. Soms intens, soms met humor maar altijd plezierig en met respect voor elkaar en de mededansers. <- terug |
<- terug
|
|
![]() |